John Koenders zag identiteit van zijn St Gerardusschool langzamerhand veranderen

Pensionado John Koenders

John Koenders (75) kent de St. Gerardusschool op zijn duimpje. Als geboren en getogen Glanerbrugger was hij leerling, leerkracht, hoofd en directeur van deze school. Hij maakte als leerling mee dat het katholieke geloof een belangrijke rol op zijn school speelde. Van bovenaf werd aangestuurd. Maar ook als leerkracht en directeur dat de identiteit van de rooms katholieke school een andere invulling kreeg omdat steeds meer werd overgelaten aan de groepsleerkrachten. Mede omdat ook niet-gelovigen voor de St. Gerardusschool kozen.

John Koenders is de oudste uit het gezin van de bekende Glanerbrugse kapper Koenders. Zijn zus Rinet is drie jaar jonger. John is geboren aan de Dr. Stamstraat. In verband met de in aanbouw zijnde nieuwe muziekbuurt veranderde hun straatnaam in het begin van de jaren 70 in Ouverturestraat. Hij woont er nog op nummer 24.

John als leerling bij juf Jo Heersche

Wonen in Glanerbrug Zuid betekent dat John in die tijd voor de kleuterschool de Gronausestraat over moest steken. Veel kan hij zich niet meer herinneren van de kleuterschool. Met zijn rapportboekje bij de hand kan hij over de tijd op de lagere school meer vertellen. “In die tijd van de babyboom heb ik drie jaar op de kleuterschool gezeten. Je kon naar de kleuterschool als je voor 1 augustus vier jaar werd. Omdat ik tien dagen later ben geboren moest ik drie jaar naar de kleuterschool. Ik was een zogenoemde late leerling. Het eerste jaar ging ik naar de kleuterschool in een schuurtje achter het parochiehuis aan de Kerkstraat,” weet John nog. “Daarna heb ik nog twee jaar bij zuster Ivo in de klas gezeten. Vlechten vond ik altijd wel leuk werk.”

Jongens en meisjes gescheiden

Op de kleuterschool zaten de meisjes en jongens nog bij elkaar in de klas. Vanaf de eerste klas van de lagere school werden de meisjes en jongens gescheiden. “De meisjes gingen naar de Mariaschool aan de pastoor Meijerstraat, de jongens naar de St. Gerardus aan de Kerkstraat. Later het dorpshuis, nu verbouwt tot appartementencomplex. De schoolpleinen grensden wel aan elkaar. En om de meisjes en jongens te scheiden stond er onder andere een brede hoge heg tussen de pleinen. Het plein voor de jongens was in blokken verdeeld om aan te geven waar de verschillende groepen mochten spelen. Ook kan ik me nog herinneren dat een deel van het schoolplein uit een strook zand bestond waar we in de pauze gingen mesje pinkelen of landje kappen. Het was toen heel gewoon dat je een mes mee naar school nam!”

Katholieke geloof speelt belangrijke rol

Het katholieke geloof speelde dagelijks een belangrijke rol in zijn leven op de lagere school. In alle klassen werd de dag begonnen met het ‘Onze Vader’. De leerkrachten gaven catechismus. En ook kregen de klassen regelmatig bezoek van de pastoor of kapelaan om over het katholieke geloof te vertellen. “Als leerling van de zesde klas meldde ik me ’s morgens om half 8 bij het klooster als misdienaar voor de viering. Daarna at ik een boterham bij mijn vader in de kapperszaak tegenover de school. Daarna naar school.”

Klas 6 in schooljaar ’84 – ’85

Vijftien jaar na het verlaten van de St. Gerardus kwam er in 1975 een plekje vrij in het team. Met zijn diploma van de Rijkskweekschool op zak en drie jaar ervaring in het Individueel Technisch Onderwijs (I.T.O.) solliciteerde hij met succes naar die baan. Een jaar later kreeg hij een vaste aanstelling. Jarenlang was John de leerkracht van der klassen 4 of 5. Of van een combinatieklas. Na het invoeren van de basisschool waren dat de groepen 6 en 7. Tussen 1981 en 1985 verving hij zijn ziekelijke collega Heinz Heilen als hoofd van de school. In 1985 werd hij directeur als opvolger van Heilen.

Veranderende identiteit

“Tegenwoordig word je als directeur de hele week vrij geroosterd om je managementtaken te kunnen verrichten. Toen ik in 1985 als directeur begon had je twee ochtenden taakverlichting. Vooral om je administratie te doen en de vergaderingen voor te bereiden. De rest van de week stond ik gewoon voor de klas. Meestal voor groep 7 of 8.” Mede doordat ook niet-katholieke gezinnen voor de St. Gerardus kozen, kreeg de rooms katholieke identiteit in de jaren 80 en 90 een ander karakter. “Alle leerlingen deden wel mee aan projecten als de eerste communie en het vormsel, maar hoefden niet mee naar de kerk wanneer dat werd gevierd. Ook waren de missen voor schooltijd voor iedereen vrij, terwijl de kerstvieringen en de vieringen op witte donderdag en goede vrijdag wel door alle leerlingen werd bijgewoond. In de groepen werd veel overgelaten aan de individuele invulling van het geloof door de leerkracht. Niet in alle groepen werd bijvoorbeeld het ‘Onze Vader’ nog gebeden. De laatste jaren wordt de eerste communie en het heilig vormsel aangestuurd door de kerk en niet meer door de school.”